De wereldhervormende macht van “frontgroepen”

Door: Fré Morelvasthoudend, volhardend met open geest, niet links of rechts, maar VRIJ-denkend.

I. NGO’s en financiering

‘Frontgroepen’ als NGO’s (Non Gouvernementele Organisaties) zijn politiek invloedrijke lichamen. In de regel zijn het grensoverschrijdende organisaties die zeggen zich bezig te houden met humanitaire en/of filantropische doelstellingen zoals o.a. het onderwijs, ontwikkelings-samenwerking, democratiseringsprocessen, mensenrechten, vrije media etc, etc. De enorme economische en politieke macht van deze organisaties is ongekend en grensoverschrijdend groot. In de regel zijn ze zéér vermogend en ligt de feitelijke macht van dit soort organisaties NIET in handen van democratisch gekozen bestuurders maar van een kleine zelfbenoemde elite die uit haar eigen gelederen opvolgers aanwijst (Coöptatie). Burgers bezitten geen enkel instrument om deze machtige organisaties te controleren, geen enkel parlement ter wereld heeft daarover enige beslissingsbevoegdheid. Juliet Schor[i], Harvard-econome schreef op 6 april 2002 in het Belgische blad ‘De Morgen’ dat “enkele financieel zeer krachtige belangengroepen het politiek-economische beleid bepalen en niet de burgers of hun gekozen vertegenwoordigers. Een kleine groep schatrijke families, zoals de Rockefellers, de grote multinationale bedrijven en elitegenootschappen zoals NGO’s oefenen de werkelijke macht uit.” NGO’s roepen bij de wereldburgers het beeld op van machtige pressiegroepen; Amnesty International, Artsen zonder Grenzen en het Wereld Natuurfonds zijn hiervan een paar bekende voorbeelden. In werkelijkheid zijn NGO’s niet wat ze voorgeven te zijn, geen ‘protestbewegingen’ maar machtige en buiten-parlementaire controle staande particuliere pressiegroepen. Hoe moeilijk het in eerste instantie ook is om te bevatten: NGO’s zijn in feite niets anders dan gecontroleerde en geregisseerde organisaties die burgerlijke onmacht en onvrede kanaliseren, maar per saldo in dezelfde stal thuishoren als de internationaal opererende multinationals. Ze zijn te beschouwen als de noodzakelijke tegenspeler, de ‘pro’ tegenover het ‘contra’, als de ‘good guys’ tegen de ‘bad guys’, vóór en tégen, maar maken tegelijkertijd onderdeel uit van één en hetzelfde misleidende wereldtoneel. Professor Jeffrey E. Garten[ii], hoogleraar Internationale Handel en Financiën aan de Yale School of Management en van 1993 tot 1995 Amerikaans staatssecretaris voor Internationale Handelsbetrekkingen schreef in zijn boek ‘De visie van de Top’ over NGO’s het volgende: “Terwijl regeringen en CEO’s [Chief Executive Officer] het publiek en de media vervelen met steriele abstracties over vrije markt, speculeren de NGO’s op de ongerustheid van plaatselijke gemeenschappen, waar ook ter wereld. Hun doelmatigheid wordt nog versterkt door hun onconventionele organisatie, die geen centrale leiding kent, maar alleen verschuivende coalities, waardoor ze heel lastig te bestrijden zijn. Kortom, de NGO’s zijn een machtige nieuwe factor op het wereldtoneel geworden.”

Het ‘Open Society Institute’ (OSI) van George Soros is één van deze politiek machtige en oorlog of vrede stichtende NGO’s. Deze als György Schwartz geboren Amerikaans-Hongaarse beursspeculant en oprichter van het ‘Quantum Fund’ is een van de meest politiek en economisch invloedrijke CEO’s. Zijn naam en invloed zijn terug te vinden in veel invloedrijke gebeurtenissen. Op kosten van de Engelse belastingbetaler was de financiële ster van Soros in 1992 tot ongekende hoogte gestegen. Op ‘Zwarte Woensdag’ (16 september 1992) maakte hij meer dan 1 miljard dollar winst door devaluatie van het Engelse pond, geld wat hij onder andere in zijn OSI investeerde. Soros laat zichzelf het liefst beschrijven als ‘succesvol investeerder’. Hij raakte naar eigen zeggen geïnspireerd door de ‘open society gedachte’ van wetenschapsfilosoof Karl Popper [iii]en besloot ‘op het moment dat hij meer geld had dan hij nodig had’ dit als een bewogen wereldverbeteraar in te zetten. Ontwikkelingssamenwerking, democratiseringsprocessen, mensenrechten, onderwijs, vrije media etc, waren de ‘markten’ waar deze vleesgeworden weldoener zich met zijn OSI op zou storten. Door middel van zijn ‘Open Society Institute’ zou hij rechtstreeks de politieke ontwikkeling in 60 landen in het Midden Oosten, Centraal Azië, Oost Europa, (Zuid-) Afrika en Latijns Amerika beïnvloeden. De ‘Oranje Revolutie’ in de Oekraïne in 2004 waardoor Viktor Joesjtsjenko aan de macht geholpen werd en de ‘Rozen Revolutie’ in Georgië in 2003 zijn wapenfeiten van de OSI. Beide ‘revoluties’ waren door het OSI geregisseerd en gefinancierd, strijdend tegen ideologieën en politieke systemen die door Soros als vijanden van zijn aards paradijs beschouwd werden.

De Oekraïnse ‘revolutie’

Het uitgekiende draaiboek van de Oekraïense revolutie, compleet met alle benodigde   propagandamaatregelen, leek ruim tevoren klaar te liggen. In loodsen stonden de podia, hekwerken, aggregaten en veldkeukens al weken tevoren klaar voor gebruik. Enkele uren nadat de frauduleuze verkiezingsuitslag bekend werd, vulden de straten en pleinen van Kiev zich met tienduizenden demonstranten. Dezelfde nacht veranderde de centrale boulevard in een tentenkamp. “I nas bagato, I nas ne podolaty” - (we zijn met velen, ze kunnen ons niet verslaan) scandeerde de oranje menigte onophoudelijk. In binnen- en buitenland werd de ‘Oranje Revolutie’ door de media een schoolvoorbeeld van democratie genoemd die een plaats verdiende naast de fluwelen revoluties van Servië (Belgrado, 2000) en Georgië waar ‘het volk’ langs democratische weg korte metten gemaakt leek te hebben met een door en door corrupte regering. In plaats van spontane uitbarstingen van onvrede waren deze ‘revoluties’ geniaal georkestreerde campagnes die veel overeenkomsten met elkaar vertoonden en volgens een vergelijkbaar traject verliepen. In Servië stond de studentenbeweging ‘Otpor’ (verzet) aan de basis van de revolutie, in Georgië was het ‘Kmara’ (genoeg), in Oekraïne was het ‘Pora’ (het is tijd).

Op 10 oktober 1998 werd ‘Otpor’ in Servië opgericht door Srđa Popović en was zij verantwoordelijk voor de val van de regering van Slobodan Milošević (te boek gesteld als de ‘Bulldozer Revolutie’/ ‘Bager revolucija’). ‘Gotov Je’ en ‘Vreme Je!’ (wat respectievelijk ‘’t Is voorbij!’ en ‘Het is tijd!’ betekent) waren de veel gebruikte slagzinnen toentertijd. ‘Otpor’ had zijn zaakjes logistiek en organisatorisch erg goed voor elkaar. Meer dan 2,5 miljoen stickers met deze strijdkreten lagen bij revolutiebegin al klaar en waren de slogans overal in Belgrado te lezen door middel van graffiti én voorbedrukt op jassen, sjaals en T-shirts. De studenten zaten duidelijk niet om een paar centen verlegen! Aan de basis ervan lagen de ideeën van de Amerikaanse politicoloog (en zichzelf lange tijd ‘pacifist’ noemende) Gene Sharp[iv]. In 1973 schreef hij ‘The Politics of Nonviolent Action’ dat de basis vormde voor het in 1993 door ‘The Albert Einstein Institution’ uitgebrachte revolutie-Bijbel ‘From Dictatorship to Democracy’. Daarin werd in 198 stappen beschreven welk strategische zetten gedaan moesten worden om te komen tot een geslaagde ‘geweldloze’ revolutie. Georg Soros was samen met de ‘National Endowment for Democracy’ (NED) de grote financier achter de schermen van de door Sharp in 1983 opgerichte ‘ideële organisatie’ – The Albert Einstein Institution’. De denktank International Center on Nonviolent Conflict’ werd één van de pleitbezorgers van de revolutie-Bijbel van Sharp die in meer dan 24-talen vertaald en herdrukt is. De daarin beschreven methoden waren voor een groot deel afkomstig uit het in 1985 door Sharp gepubliceerde ‘National Security Through Civilian-based Defense’, aangevuld met in praktijk getoetst en bewezen methodes toegepast bij de succesvolle afsplitsing in 1991 van de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) van de toenmalige Sovjet Unie. Op basis van deze kennis en ervaring werden soortverwante groepen als ‘Otpor’ opgezet, ‘vredebrengende’ klonen zoals de al eerder genoemde ‘Kmara!’ (Georgië) en ‘Pora!’ (Oekraïne). Daarnaast zagen ook nieuwe klonen het licht, zoals ‘KelKel’ (Kyrgyzstan), ‘Zubr’ (Wit Rusland met een onderafdeling in Polen), ‘Mjaft!’ (Albanië), ‘Oborona‘ (Rusland), ‘Bolga’ (Oezbekistan), ‘Nabad-al-Horriye’ (Libanon), ‘Kifaya’ (Egypte) en vele anderen. ‘Spontaan’ opgerichte burgerprotestgroepen die verrassend genoeg veel overeenkomsten met elkaar hadden. Kenmerkend voor deze van buitenaf gestuurde, gecontroleerde en gefinancierde pressiegroepen is het (per land) creëren en gebruiken van simpele en herkenbare symbolen (zoals roos en tulp), het gebruiken van herkenbare kleuren (zoals oranje en rood), kernachtige simpele slagwoorden (als ‘Genoeg’, ‘Het is tijd!’ en ‘’t Is voorbij!’) en dat alles onder een universeel herkenbaar symbool (de gebalde vuist). Het internet en ‘social media’ als Twitter, faceboek, Flikr, YouTube, etc. spelen in de onderlinge communicatie een belangrijke rol. Wat al deze NGO’s (non-gouvernementele organisaties) met elkaar gemeen hebben is dat de burgers ervan overtuigd zijn dat zij de regie voeren.

Door middel van ludieke acties vergaarde ‘Pora’ grote aanhang onder jongeren en ontmoetten de jonge activisten elkaar om ervaringen uit te wisselen over hun campagnemethoden. Het ‘Plein van de Onafhankelijkheid’ (Majdan Nezalezjnosti) in Kiev zag wekenlang oranje van de mensenmenigte die vol behangen was van oranje merchandising, voorbedrukte oranje sjaals, truien, vlaggen, etc. “Joe-sjtsjen-ko, Joe-sjtsjen-ko!” weerkaatste het eindeloos tegen de gigantische muren van de sovjetpaleizen die het centrale podium omringden. Avond na avond werden hier concerten gegeven en spraken leiders van de oppositie de mensen toe. Camera’s scheerden over de menigte en via grote videoschermen kon het uitzinnige publiek zichzelf zien, hartstochtelijk juichend zodra Joesjtsjenko op het podium verscheen. Een perfect geregisseerde voorstelling onder flitsende regie. De toen 23-jarige Nina Sorokopud, woordvoerster van ‘Pora’, werd gestimuleerd door en enthousiast gemaakt voor een fluwelen revolutie op de Centraal-Europese-universiteit in Boedapest die opgericht en gefinancierd was door George Soros. Over geld heeft ‘Pora’ volgens Nina nooit te klagen gehad. “De fondsen kwamen eerst vooral uit het Westen, maar tegenwoordig vooral van Oekraïnse particulieren. Ook bieden veel bedrijven ons aan de huur van onze panden en onze telefoon- en internetkosten te betalen.” In de periode september 1998 tot en met oktober 2000 (voorafgaand aan de ‘officiële oprichting’!) had het NED $ 3.000.000,– gesponsord, USAID had honderdduizenden dollars beschikbaar gesteld voor “demonstration-support material, like T-shirts and stickers” en het IRI had in 2000 een groot deel van haar budget van $ 1.800.000,– aan ‘Otpor’ besteedt….“a close working relationship with the CIA, and Agency officers often operated abroad under USAID cover”.

De bloemenrevoluties

‘Kmara’, een andere ‘Otpor-frontgroep’, was verantwoordelijk voor de Georgische ‘Rozenrevolutie’ van 2003. In Georgië was president Eduard Shevardnadze aan de macht die met de in New York opgeleide jonge jurist Michail (Misja) Saakasjvili als minister van Justitie de corruptie in het land trachtte te bestrijden. De Verenigde Staten van Amerika droegen hun steentje bij door vanaf 2002 de Georgische troepen te laten trainen door de ‘Special Forces’. Het zogeheten ‘Georgia Train and Equip Program’ dat zogezegd bedoeld was om de Al-Qaeda terroristen in de grensstreken met Tsjetsjenië te bestrijden werd gevolgd door het latere ‘Georgia Sustainment and Stability Operations Program’ om Georgië in de gelegenheid te stellen aan ‘vredestaken’ in Irak deel te nemen. In het politiek instabiele Georgië woedde een gewelddadige machtsstrijd en president Sjeverdnadze ontsnapte ternauwernood aan meerdere moordaanslagen. Na een reeks van protesten, demonstraties en oproer greep in november 2003 de ‘Nationale Beweging’ van de afvallige Michail Saakasjvili de macht. Sjeverdnadze werd afgezet, de ‘Rozenrevolutie’ was een feit.

‘KelKel’ (wat ‘Stalende wedergeboorte van het Goede’ betekent) speelde in 2005 een belangrijke rol in Kyrgyzstan in de ‘Tulpen Revolutie’ waarbij president Askar Akayevich Akayev ten val gebracht werd. ‘Zubr’ (wat ‘Bison’ betekent) en in 2001 opgericht werd probeerde in 2006 in Wit Rusland een ‘Jeans-Revolutie’ te ontketenen. De lijst van dit soort ‘spontaan’ opgerichte burgerprotestgroepen is moeiteloos aan te vullen, zoals met ‘Mjaft!’ (dat ‘Genoeg!’ betekent) uit Albanië, ‘Oborona‘ (in 2005 opgericht en dat ‘Verdedig-tegen’ betekent) uit Rusland, ‘Bolga’ uit Oezbekistan, ‘Nabad-al-Horriye’ uit Libanon,  ‘Kifaya’ (wat ‘Genoeg!’ betekent) uit Egypte, etc, etc. Het laatst genoemde ‘Kifaya’ stond aan de basis van de ‘6 april beweging’ in Egypte die in 2011 president Hosni Mubarak ten val bracht. Wat al deze bewegingen elkaar gemeen hebben is dat ze zonder uitzondering met miljoenen dollars gesteund werden en worden door o.a. het  National Democratic Institute (NDI) uit Washington onder voorzitterschap van Madeleine Albright, het National Endowment for Democracy (NED) uit Washington, het Republican Institute (IRI) uit Washington, het in Washington gevestigde ‘Freedom House’ (dat voor ca. tweederde gefinancierd wordt door de Amerikaanse Overheid en éénderde door particuliere(n) instellingen, onder andere door de Open Society Institute van Georg Soros.), het Open Society Institute International Renaissance Foundation uit Washington van Georg Soros, het Committee on the Present Danger (CPD), het United States Agency for International Development (USAID), etc, etc. stuk voor stuk NGO’s die zich op een heel Orwelliaanse wijze intensief bemoeien met de politiek van soevereine staten.

Vanaf het begin van de 21-eeuw kreeg de wereld te maken met een revolutionaire lawine die eerst in de Balkan en later in Azië, het Midden-Oosten en Afrika zijn sporen naliet. De ‘groene’ Iraanse revolutiepoging, de Tibetaanse revoltes, de Thaise roodhemden, alles ademde ‘Otpor’. Oók in de ‘Tunesische Revolutie’ (ook wel bekend als de ‘Jasmijn Revolutie’) van januari 2011 is de hand van ‘Otpor’ zichtbaar waarbij president Zine El Abidine Ben Ali ten val gebracht werd.

II. Humanitaire acties en her-kolonisering

In februari 2011 startte in Libië volgens ‘Otpor’ recept een spontane burgeropstand met de bedoeling het bewind van Muammar Muhammad al-Gaddafi ten val te brengen. In oktober 2011 was – na veel bloedvergieten en directe militaire inmenging van buitenlandse grondtroepen(!!) de rol van Muammar Muhammad al-Gaddafi uitgespeeld. Op donderdag 20 oktober 2011 was het tijdperk al-Gaddafi voorbij, gelynched door ‘opstandelingen’. Hieraan voorafgaand zou Muammar Muhammad al-Gaddafi -“niet schieten, niet schieten” – letterlijk als een rat uit een rioolbuis worden gesleurd op een paar kilometer afstand van zijn geboorteplaats Sirte. Naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hebben behalve NAVO-troepen óók Amerikaanse eenheden een bepalende rol gespeeld om te voorkomen dat al-Gaddafi kon ontvluchten. Deze eenheden kregen hem eerder in het vizier. De Russische premier Vladimir Putin verklaarde op donderdag 15 december 2011 dat Amerikaanse elitetroepen betrokken waren bij de moord op de Libische leider. “Radiografisch bestuurde vliegtuigen, inclusief Amerikaanse, vielen het konvooi van al-Gaddafi aan. Daarna gebruikten elitetroepen de radio om de zogenaamde leden van de oppositie en guerrillastrijders te laten komen.” Gericht vuur dwong de uit Sirte vertrekkende autocolonne met al-Gaddafi tot stilstand die daarop met wat getrouwen in een rioolbuis dekking zocht. Radiocontact tussen de buitenlandse troepen en de opstandelingen zorgde er daarna voor dat de laatsten van zijn verblijfplaats in het riool op de hoogte gebracht werden (daarmee tegelijk de voor de handliggende associatie oproepend met die van de rioolrat). De correcte geschiedschrijving vermijd het liefst te melden dat de levend gevangengenomen al-Gaddafi door de opstandelingen als een beest werd afgetuigd. Niet lang nadat hij voor het ‘oog van de camera’ was gemolesteerd werd al-Gaddafi letterlijk op een stok gespietst, daarna nog eens door o.a. Adam Abu Zaïd in elkaar geslagen om uiteindelijk door de dan 18-jarige Ahmed al Shebani met een schot in het hoofd afgeslacht te worden. Hillary Diane Rodham Clinton, de Amerikaanse minster van Buitenlandse Zaken op dat moment, reageerde met een haast hysterisch lachje op de dood van al-Gaddafi voor de camera “We came, we saw, he died!” Dat Muammar Muhammad al-Gaddafi een onmenselijke dictator voor het Libische volk was (de reden voor het met veel wapengeweld omverwerpen van zijn bewind) was even (on)waar als dat hij een onbaatzuchtige heilige en verlichte despoot zou zijn. Wél kan gezegd worden dat in de 42 jaren van zijn bewind de stammen in Libië een – zeker voor Arabische begrippen – enorme vooruitgang gemaakt hebben, met name op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs (nagenoeg géén ongeletterdheid en analfabetisme), welvaart en welzijn. Vooruitgang die na de bloedige machtswisseling nagenoeg tot stilstand kwam. Opnieuw waren het (al)weer de burgers die prijs hiervoor moesten betalen.

Dit gruwelijke revolutietoneelstuk heeft sterke overeenkomsten met de onttroning van de Iraakse dictator Saddam Hoessein in 2003. Ook deze demon werd met behulp van Coalitie- grondtroepen onttroond. Als een verdoofde wezel werd hij op 14 december 2003 uit een gat in de grond gesleurd in Al-Dawr, een dorpje vlak bij zijn geboorteplaats Tikrit “niet schieten, niet schieten”.  Ook Saddam zou in werkelijkheid al enkele weken tevoren in handen gevallen zijn van rivaliserende groeperingen die daarvoor het kopgeld van 25 miljoen dollar ontvingen. Saddam zou in de periode vóór het moment van zijn geënsceneerde arrestatie danig onder handen genomen zijn en gedrogeerd in het schuilhol worden achtergelaten.’Wolverine two’, één van de speciale eenheden van de Amerikaanse Task Force 121 trokken hem daarop voor het oog van de camera naar het daglicht. Bijzonder detail daarbij was dat met ‘Wolverine’ de grootste wezelsoort wordt aangeduid. De beelden van zijn executie gingen de hele wereld over. “Propaganda will never die out!” De Libische gevangeniscellen wisselden van bewoners terwijl politieke moord en martelingen onverminderd doorgingen. Wie weet zich nog het geheimzinnige gehannes met een Nederlandse marinehelikopter te herinneren en de vermeende aanwezigheid van Mabel van Oranje in Libië? Op zich helemaal niet zo vreemd.. wie revolutie zegt, zegt Soros en treft daar in de buurt bijna automatisch Mabel aan! Zo ook in de ‘Occupy Wallstreet’ beweging die halverweg 2011 vanuit het niets op het toneel verscheen.

George Soros (alias György Schwartz)

Ogenschijnlijk een spontane beweging zonder vooropgezette structuur die wereldwijd de onvrede kanaliseert van de burgers die zich tegen de graaiende politiek en de geldmacht verzet. In werkelijkheid speelt het Open Society Institute van Georg Soros, c.q.  Mabel van Oranje en consorten achter de schermen een bepalende rol. Het ‘OSI’ is één van de belangrijkste geldverstrekkers van ‘Tides’, de hoofdsponsor van de ‘Adbusters Media Foundation’ die op haar beurt de ‘Occupy Wallstreet’ beweging van financiële middelen voorziet. In maart 2011 ontbrandde het ‘Arabische Voorjaar’. Vanuit het niets kregen landen als Algerije, Jordanië, Libanon, Jemen, Bahrein, Marokko, Oman, West-Sahara, Mauretanië, Saudi-Arabië, Sudan, Irak, Marokko en Syrië te maken  met demonstraties tegen het zittende bewind. President Bashar al-Assad van Syrië liet op maandag 20 juni 2011 via een radiotoespraak weten dat naar zijn overtuiging de ‘protestbeweging’ geleid werd door een kleine groep ‘saboteurs’. Ook in Noord-Afrika vonden deze spontane revoluties plaats. Ivoorkust was het toneel van bloedige tafrelen. De zittende (‘christelijke’) president Laurent Koudou Gbagbo wenste zich niet neer te leggen bij de vermeende verkiezingsoverwinning van de (‘islamitische’) tegenkandidaat Alassane Dramane Ouattara. Pas na Frans militair ingrijpen werden de bordjes verhangen. Van deze machtswellustigen in schaapskleren zal de wereld in de nabije toekomst ongetwijfeld meer horen: In 2002 werd door de vooraanstaande Otporactivisten Ivan Marovic, Srdja Popovic het Centre for Applied Nonviolent Action and Strategies (CANVAS) opgericht. Een ‘onafhankelijke NGO’ die wereldwijd trainingen en workshops geeft aan belangstellende activisten, waaronder in Egypte, Palestina, West Sahara, West Papua, Eritrea, Wit Rusland, Azerbeidzjan, Tonga, Birma en Zimbabwe.

Van de ‘Rozenrevolutie’ is bewezen dat deze volledig geregisseerd en gefinancierd werd door het OSI van George Soros, financier van revoluties en staatsgrepen. Mabel van Oranje (voorheen en nog steeds de veelbesproken Mabel Wisse Smit. Geboren als Mabel Martine Los nam zij op latere leeftijd de achternaam aan van haar stiefvader bankier Peter Wisse Smit) deed halverwege 2007 juist over het OSI een bescheiden boekje open onder de titel ‘In Vrijheid Blijven Geloven’. In 1997 was zij door George Soros tot ‘International Advocay Director’ van het OSI in Brussel benoemd. Ze maakte o.a. melding van haar betrokkenheid in de Balkanoorlog bij het (o.a. vanuit Nederland opererende en door Soros gefinancierde) radiostation ‘B92’ om te komen tot een netwerk van onafhankelijke televisiestations, een “ingenieus initiatief dat ook veel steun van het Soros-netwerk kreeg.” Onder het mom zich in te zetten voor ‘democratisering, mensenrechten, onderwijs en vrije media’ werd van buitenaf grote economische en politieke druk uitgeoefend. Behalve financiële steun van het OSI ontvingen hoofdredacteur Veran Matic en directeur Sasha Mirkovic van ‘B92’ financiële en politieke Amerikaanse steun van o.a. vicepresident Al Gore, minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright en leiders van de Europese Unie. De Engelse regering smokkelde zelfs via de diplomatieke (en ongecontroleerde) post radioapparatuur Servië binnen. Massieve mediamanipulatie van buitenaf, een gericht gevoerde propagandaoorlog uit politieke en commerciële motieven, iets waar Mabel in haar ‘pamflet’ juist tegen waarschuwde, en zij stelde dat een open samenleving niet kon bestaan zonder een vrije “en op waarheid gerichte pers.” Op pagina 15 van haar pamflet schreef ze notabene dat “geen enkele groep zijn visie aan de rest van de samenleving mag opleggen”, tóch is dat waar de OSI zich in hoofdzaak mee bezig gehouden heeft en houdt. Via Mabel van Oranje schijnen weer verschillende dwarsverbanden en vertakkingen te lopen. Zo bouwde zij tijdens haar stage in 1993 bij de VN een grote kring op van internationaal invloedrijke personen op economisch en politiek gebied, waaronder: George Soros (aanwezig tijdens haar bruiloft met prins Johan Friso), Bernard Kouchner en de nieuw benoemde Bosnische ambassadeur Mohammed (‘Mo’) Sacirbegoviç (Mohamed Sacirbey) waarmee zij een buitenechtelijke relatie aanknoopte. Sacirbegoviç, een voor de ‘Security Pacific Merchant Bank’ op Wallstreet werkzame Amerikaanse bankier van Bosnische afkomst, zou volgens hardnekkige geruchten een belangrijke rol gespeeld hebben in wapensmokkel naar de Bosnische moslims onder leiding van een oud-SS’er van de ‘Handshar Waffen SS-divisie’.

Mabel (Los) Wisse Smit

Oók Mabel van Oranje schijnt op haar beurt hierin een aandeel te hebben gehad. In opdracht van Soros richtte zij in 1994 de door hem gefinancierde NGO ‘European Action Council for Peace in the Balkans’ (EACPB) op, een ‘frontgroep’ die zich zogezegd inzette voor ‘vrede, democratie en stabiliteit op de Balkan’, desnoods door middel van (militair) ingrijpen door het ‘Westen’. Met Willemijn Verloop, die in die tijd ‘Programme Director’ was van het EACPB, richtte ze in 1995 een volgende NGO op, ‘War Child Nederland’, een politieke lobby die als een ‘frontgroep’ binnen een ‘frontgroep’ fungeerde en waarvan de controle in handen bleef van de EACPB. De financiële middelen voor ‘War Child Nederland’ waren o.a. afkomstig van Soros, en Sacirbegoviç assisteerde op zijn beurt bij de fondswerving. Ook de Nederlandse belastingbetaler zou enkele miljoenen in deze NGO storten. Het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken zou in de jaren 2003-2006 meer dan € 3,7 miljoen bijdragen. In 2003 werd Sacirbegoviç beschuldigd van verduistering van minimaal $ 600.000,– uit fondsen en hulpgelden van de VN; een groep prominenten onder leiding van de Nederlandse oud-senator Ed van Thijn zette zich in om hem van alle verdenking vrij te pleiten. Sacirbegoviç was een warm voorstander van de opdeling van het voormalige Bosnië en Herzegovina in een Servisch deel en een Moslim-Kroatische Federatie. Deze opdeling van Joegoslavië was een grote wens van George Soros, een constructie waarvoor o.a. Bernard Kouchner eveneens pleitte en waarvoor Mabel van Oranje zich in dienst van het OSI inzette. Mensen als George Soros kunnen beschouwd worden als financiële grootheden die door grootschalige speculatie achter de schermen verantwoordelijk zijn voor destabilisatie en vernietiging van economieën van (niet alleen) ontwikkelingslanden, met menselijke ellende, armoede, honger, oorlog en genocide als gevolg. De Maleisische premier Mohammed Mahathir stelde hem in 1997 persoonlijk verantwoordelijk voor de ‘Aziëcrisis’ en alle daaruit voortvloeiende menselijke ellende. Soros financierde via zijn OSI in 2006 o.a. $ 12.000.000,– voor allerlei verschillende ‘spinoffs’, van een andere NGO, de ‘Grameen Bank’ van de Bengalese econoom en Nobelprijsdrager Muhammad Yunus. Het geld was o.a. bedoeld om de activiteiten van de in Bangladesh zetelende ‘Bank der Armen’ (het verlenen van ‘micro-krediet’ aan de armsten) te globaliseren. Op het oog een nobel streven waar ook de Nederlands-Argentijnse (kroon)prinses Maxima veel van haar tijd in steekt maar dat bij kritische beschouwing tóch iets minder charitatief is dan op het eerste gezicht schijnt. De ‘Grameen Bank’ is niets anders dan een ‘frontgroep’, een uiterst dubieuze bank met een bedrijfspolitiek waarin Stalinistische en Nazistische trekjes duidelijk herkenbaar zijn; die in totaal niet is wat ze zegt te zijn. De Bengalese analist Dr. Sudhirendar Sharma uit New Delhi zegt over de Grameen Bank van Muhammad Yunus het volgende: “The effect of the Grameen strategy has not been to reduce poverty but only to create a debt trap for borrowers, who are being charged very high rates of interest relative to conventional banks. The oft-repeated stories of how microcredit has helped a rural woman buy a buffalo, or how a poor woman now owns a telephone kiosk, cannot be replicated in meaningful numbers. Conversely, at the cost of the poor, a large number of NGOs have benefited; banks have found a convenient route to increased lendings; and corporations have got a growing consumer market to target.” De rol van Soros, in casu het OSI, in dit verhaal is op zijn zachtst gezegd een opmerkelijke. Door grootschalige speculatie en manipulatie achter de schermen zijn de NGO’s verantwoordelijk voor economische destabilisatie, honger en armoede, ellende die langs de activiteiten van o.a. de ‘Grameen Bank’ weer ‘bestreden’ worden. Uit één en dezelfde hand worden voor de gecreëerde problemen oplossingen aangeboden, en dat ten koste van de mensen zelf! Het misleidende bij dit alles is dat de burgers het idee gegeven wordt dat zij door middel van NGO’s een bepalende invloed en macht hebben, terwijl in werkelijkheid de regie “gecontroleerd wordt door de verborgen hand”, zoals dat al door de vroegere Engelse minister-president Benjamin Disraëli beschreven was.

Eén overkoepelende wereldorde

In zijn boek ‘De visie van de Top’ schrijft Professor Jeffrey E. Garten:

“De afgelopen jaren hebben de NGO’s voldoende macht opgebouwd om bedrijven als [1]Nike (vanwege de behandeling van werknemers in het buitenland), [2]Monsanto (vanwege genetisch gemanipuleerde levensmiddelen), [3]Koninklijke Olie/Shell (vanwege milieuvervuiling) en [4]Starbucks (vanwege de prijzen die aan boeren in de derde wereld worden betaald) te dwingen hun strategie te veranderen. Omdat ze vaak voor politiek correcte standpunten kiezen (wie is er nu tegen een schoner milieu of minder uitbuiting van arme arbeiders?) hebben de NGO’s bij het grote publiek veel krediet opgebouwd. Heel vakkundig exploiteren ze het vacuüm tussen de inkrimpende overheid (die de klap van de veranderingen voor de gewone burger niet meer kan opvangen) en de multinationals, die worden gezien als de oorzaak van die veranderingen. De NGO’s hebben invloed gekregen door de handen ineen te slaan over de grenzen heen, macht te verzamelen onder de paraplu van overkoepelende organisaties zoals Consumers International, en verbintenissen aan te gaan met vakbonden zoals de AFL-CIO.”

Alle door deze ‘frontgroepen’ bedongen en bereikte verbeteringen zijn en komen niet voor rekening van de ‘terechtgestelde’ multinational, integendeel, het bedrijfsresultaat staat niet onder druk. Alle lasten worden afgewenteld op de burger, op hun bordje wordt onveranderd de rekening gelegd, van hén is elke €urocent afkomstig die door wie of waar dan ook wordt weggegeven. Wat deze ‘frontgroepen’ gemeen hebben met hun ‘tegenstanders’ (de Internationaal opererende multinationals) is een grenzenloze wereldsamenleving. Deze ‘frontgroepen’ brengen zonder uitzondering een ‘positief stemadvies’ uit over bijvoorbeeld de invoering van ‘Europese Grondwet’ die geen grondwet genoemd mag worden en daarom als ‘Verdrag van Lissabon’ op 12 december 2007 zonder enige plichtpleging werd goedgekeurd, in het bijzonder ook voorstander zijn van een ‘nieuw geordende wereldmarkt’. NGO’s zoals bijvoorbeeld de ‘European Trade Union Confederation’, maar ook de ‘Milli Gürüs Vrouwen Federatie’, ‘Cordaid’, de ‘FNV’ én het ‘OSI’ van George Soros zijn vóór een ‘Nieuw Geordende Open Wereldmarkt’. Jack Welch, voorzitter en Central Executive Officer (CEO) van ‘General Electric’ verduidelijkte in het boek ‘De visie van de Top’  hoe deze ‘nieuwe orde’ gezien moet worden. Hij deed dit door een metafoor te gebruiken waarin een serie gefuseerde bedrijven samen in één groot huis ondergebracht werden en hoe het afschaffen van grenzen, het globaliseren voorgesteld moest worden.

Hij omschreef het als “een huis met verschillende verdiepingen. Elk van die verdiepingen of vloeren is een laag van het management. Dan heb je nog de binnenmuren. Die vormen de scheiding tussen de verschillende divisies van het bedrijf. Dan neem je een handgranaat en je trekt de pin eruit. En dan gooi je die granaat door de voordeur naar binnen om alle vloeren en muren op te blazen. Dán pas kun je weer iets beginnen met dat bedrijf.” Dát is in essentie de visie van de economische wereldleiders en voorstanders van de ‘éénwereldgedachte’. Het afbreken van alle beperkende handelsbarrières, al dan niet op een vredelievende, democratische of moorddadige manier. Wat telt is één ‘Open Society’, één onbegrensde ‘Wereldmarkt’, een open samenleving zoals deze o.a. gepropageerd wordt door het ‘Open Society Institute’ van George Soros. Zo’n ‘Open Society’ is het ideaal waarvoor alle internationaal opererende multinationals, alle globalisten, alle NGO’s, het OSI en ook Mabel van Oranje vechten. Met het afschaffen van grenzen, een nieuwe naar het beeld van deze fantasten gecreëerde wereld, één utopische wereldmaatschappij, een wereld in volmaakte vredestoestand…… Is het naïef om ‘hierin te geloven’? Mabel van Oranje vindt van niet. Samen met George Soros heeft ze zitting genomen in de in oktober 2007 opgerichte NGO, de ‘European Council on Foreign Relations’ (ECFR), een ‘denktank’ om het ultieme ideaal te verwezenlijken. Mabel als ‘toonaangevend stichtend lid’ en Soros in filantropische zin. Het doel van deze ‘frontgroep’ is o.a. om strategische analyses te ontwikkelen voor het buitenlands beleid van de Europese Unie om te komen tot een gezamenlijke buitenlandse veiligheidspolitiek. Behalve Mabel van Oranje zijn voormalige Europese ministerpresidenten, parlementariërs en andere invloedrijke intellectuelen bij de ECFR betrokken. Opnieuw zorgt zijn ‘OSI’ voor de benodigde fondsen, samen met ‘medefilantroop’ Sigrid Rausing, het Spaanse ‘FRIDE’ fonds, de Italiaanse ‘UniCredit Group’ en het ‘Bulgarian Communitas Foundation’. Stuk voor stuk invloedrijke personen die binnen de afgeschermdheid van de ‘frontgroep’ (zonder dat de burgers hierop hun democratische invloed kunnen uitoefenen) de Europese politiek massief beïnvloeden.

Wat de wereldburgers willen wordt niet gevraagd, er wordt voor hen beslist. De onduidelijke politieke verstrengelingen zijn enorm en onvoorstelbaar. Zo werd Mabel van Oranje op 1 juli 2008 tot uitvoerend directeur benoemd van de in 2007 door Nelson Mandela gevormde denktank The Elders’. De politieke denktank van ‘oude wijzen’, waarvan onder andere de Amerikaanse ex-president Jimmy Carter en het voormalige hoofd van de Verenigde Naties Kofi Annan deel uitmaken. Haar baan als internationaal directeur van het OSI van Georg Soros zegde ze toen op. Wie zich iets meer verdiept in de persoon van Soros vindt de meest verrassende verbindingen. Zo is voor elke serieuze onderzoeker zonder mankeren de link te leggen tussen hem en het ‘Tavistockinstituut’ en is Soros één van de belangrijkste ‘democratische’ geldschieters die de campagne gefinancierd hebben van de uit het niets komende (‘Black-horse candidate’) Barack Hoessein Obama, de 44e president van Amerika. Zonder overdrijving kan gezegd worden dat deze NGO’s de belangrijkste ‘frontgroepen’ van de ‘Eén-wereld’ gedachte zijn die de wereld ‘gereed willen maken voor democratie’,“making the world ready for democracy”, een propagandaslogan waarmee de burgers al vaker misleid en bedrogen zijn. Een grenzeloze ‘Socialistische Superstaat’ met ‘vrede, veiligheid en voorspoed’ voor iedereen is wat deze machtshongerige elite voor absolute heerschappij nastreeft. Net als de utopist Edward Bellamy streven deze wereldverbeteraars naar een ‘Grote Omwenteling’.

Opmerkelijk is wel dat de door Soros zo bewonderde wetenschapsfilosoof Karl Popper juist waarschuwde voor dit soort fantasten, individuen die hun eigen bekrompen voorstellingen en definities van het paradijs hebben en dit willen en zullen doordrukken ten koste van anderen.

“Jeder Versuch, das Paradies auf Erden zu installieren, produziert die Hölle.” (Elk die het paradijs op aarde denkt te maken creëert de hel)

  1. #1 door Gerard de Boer op 05/02/2012 - 23:02

    Uitstekend artikel. Mijn complimenten Fré.

  2. #2 door Pauletta op 06/02/2012 - 01:36

    Jezus Mina, wat is het toch moeilijk, zo niet onmogelijk, het kaf van het koren te scheiden!

    Fré Morel, ga zo door!

  3. #3 door alienfocus op 07/02/2012 - 00:19

    Heel goed artikel! Kort en duidelijk.

  4. #4 door Lars op 07/02/2012 - 18:38

    Geweldig samengevat, mijn complimenten!

  5. #5 door Upblue op 16/03/2012 - 11:24

    Kijk dit soort informatie lees je nooit in de kranten en zie je nooit op televisie. Weer een bewijs dat 99% van de zogenaamde journalisten in ons land hun taak niet vervullen en de nederlandse media gecontroleerd is.

    Ga zo door!

  1. DE WERELDHERVORMENDE MACHT VAN FRONTGROEPEN « HERSTEL DE REPUBLIEK

Uw reactie wordt op prijs gesteld

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 83 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: