De Molukse kwestie

Op 11 juni 1977 ‘s morgens vroeg raasden boven de gekaapte trein bij De Punt zes Starfighters van de Luchtmacht af en aan. Doffe roffels van mitrailleurgeschut, een angstaanjagend schrikbeeld wat nog menig gijzelaar rauw voor de geest staat, 35 jaar na dato. De aktie slaagde ten koste van twee dode gijzelaars en zes van de negen kapers. Op de bezette school in Bovensmilde kwam iedereen er zonder fysieke kleerscheuren vanaf.

Velen vragen zich vandaag de dag nog steeds af hoe het zover heeft kunnen komen, dat de frustraties bij een relatief kleine groep Nederlanders, Zuid-Molukkers, voor het grootste gedeelte protestants-christelijk en niet “aangepast”. Althans naar de normen van toen en de opgelegde structuren vanuit Nederlands oogpunt.  Deze geweldsuitbarsting had een lange, een zeer lange voorgeschiedenis. We zullen proberen een tipje van de sluier op te lichten, zonder de pretentie te hebben van volledigheid. Er is zoals u wellicht weet van de geschiedenis slecht 10% beschreven door hen, die het overleefden als overwinnaar.

We beginnen het verhaal bij de terugkeer van de koloniale Nederlandse macht in 1817 op de Molukken, toen de koloniën na de Franse overheersing door de Britten weer werden teruggegeven aan de Nederlanders. Sinds 1813 immers was in de Nederlanden de prins van Oranje, zoon van gevluchte Stadhouder Willem V door de geallieerden aangesteld als soeverein vorst. Na vier jaar onderhandelen werd Nederlandsch Indië door de Britten ontruimd, maar niet nadat er een overeenkomst was getekend, dat Nederland de Britten een schadeclaim van tientallen miljoenen guldens moest betalen. Eerst nadat dit bedrag door Britse bankiers aan de Nederlandse Bank was uitgeleend, werd de ontruiming uitgevoerd. De Zuid-Molukken waren één van de laatste eilanden groepen die werden herbezet.

De opstand van Pattimura (17-05-1817)

” Wij zijn niet tot u gekomen om u te bestraffen, maar om u op te beuren en te redden. Wij zullen u leeren deugdzame menschen en goede onderdanen te zijn”

Op 17 mei 1817 komt de Molukse bevolking in opstand tegen de terugkeer van het Nederlandse gezag. Thomas Matulesia (in Indonesië bekend als vrijheidsheld Pattimura) voerde de Molukkers aan. Een Nederlandse troepenmacht, onder majoor Beetjes, moet de opstand bedwingen. Op het eiland Saparoea aangekomen wordt de troepenmacht in de pan gehakt door de Molukkers. In november slaagt een nieuwe troepenmacht, onder schout-bij-nacht A.A. Buyskes, er in de opstand neer te slaan. Beide kanten voeren de strijd met grote hardheid.

De Molukkers profiteren behendig van het terrein en tonen zich meesters in de verrassingsaanval. Zij blijken bovendien te beschikken over voor die tijd moderne handvuurwapens. Amerikaanse, Britse en Chinese handelaren en schippers voerden deze wapens in. Hier blijkt dus uit, dat ondanks de overeenkomst met de Britten de Nederlanders  direct al een poot werd dwars gezet door diezelfde Britten, doordat ze daar waar het maar rommelde, wapens leverden. Op deze manier werd het vuurtje van de onafhankelijkheid aangestoken en en aangewakkerd, dat spel is later door de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog herhaald.

De Nederlandse troepen treffen de bevolking hard door de dorpen, boomgaarden en gewassen systematisch te vernielen. Economische oorlogvoering zal in de rest van de eeuw een vast kenmerk blijven van de Nederlandse koloniale strijdmethode. Het gevolg was wel de verpaupering van de Molukken, zodat de bewoners min of meer gedwongen waren zich uit arren moede bij de Nederlandse bezetter aan te sluiten (het latere KNIL Leger) – een presentje van de taktiek van de verschroeide aarde.

Overwinning Nederlandse troepen

Het ophangen van Matulesia bezegelt de overwinning van de Nederlandse troepen. Matulesia, staande onder de galg, spreekt zijn legendarische laatste woorden: ‘slamat tinggal, tuan-tuan’ (‘Ik wens u een prettig achterblijven, heren’).

Pattimura

In 1817 werd het gezag op de Molukken weer overgenomen van de Britten. Het door de Britten gevormde Molukse corps van 400 militairen werd door de Nederlanders ontbonden, want de Molukkers wilden in dienst blijven op de Molukken. De nieuwe resident van den Berg probeerde nog meer te veranderen, doch ondervond hoe langer hoe meer tegenstand, met name omtrent de Molukse protestantse kerkorde, welke weer gewijzigd moest worden. Op 14 mei 1817 kwamen een groot aantal ontevreden Molukkers bij elkaar en kozen een onderofficier uit het Britse Molukse corps tot aanvoerder : Thomas Matulesi. Fort Duurstede op het eiland Saparua werd in de daaropvolgende dagen door de Molukkers  ingenomen, waarbij alleen het 6‐jarige zoontje van de resident het overleefde.

De eerste Nederlandse expeditie van 200 militairen werd door de Molukkers in de pan gehakt. Slechts 30 man overleefden de slachting. Pattimura kreeg steeds meer eilandbewoners achter zich, Molukkers wilden met de Nederlanders niets meer te  maken hebben en waren tot grote offers bereid. Een half jaar later waren er weer nieuwe troepen beschikbaar en na twee maanden strijd kon Pattimura gevangen worden genomen en was het met het verzet snel gedaan.

Pattimura werd op 16 december 1817 in Fort Victoria opgehangen. Zijn lijk werd in een kooi boven zee gehangen. De nacht voor de executie hadden hij en zijn medegevangenen doorgebracht met “bidden en zingen van psalmen”, deze christenen die dachten te vechten voor een geloofszaak…….. De executie werd bijgewoond door Jean Lubbert, het 6‐jarige zoontje van de vermoorde resident. Het kind werd in 1820 overgebracht naar Nederland en mag zijn familie zich nog steeds noemen “Van den Berg van Saparua“.

In 1824 richtte Gouverneur‐Generaal Van der Capellen zich rechtstreeks tot de bevolking van Ambon :

” Wij zijn niet tot u gekomen om u te bestraffen, maar om u op te beuren en te redden. Wij zullen u leeren deugdzame menschen en goede onderdanen te zijn”

Van der Capellen stapte dus nogal lichtvaardig over de werkelijke gebeurtenissen heen. De tactiek van de verschroeide aarde had haar sporen wel degelijk nagelaten en had de Molukken voor een goed deel te gronde gericht. Maar vanaf dat moment kregen de bewoners toestemming de Nederlandse residenten voortaan zien als “Groote Broer”. De Gouverneur‐Generaal in Batavia werd al snel de “Groote Heer” genoemd.

In de daaropvolgende jaren daalde de economische waarde van de Molukken echter steeds verder. Eind 19e eeuw waren er al ruim vierduizend Mulukkers in dienst van het gouvernement, voornamelijk als “marechaussee” , een klein guerilla-leger die in kleine eenheden snel overal in de archipel konden worden ingezet. Dit had voor de Molukkers van latere generaties uiteraard grote gevolgen, omdat zij werden gezien als collaborateurs van de bezetter.

Na de Japanse bezetting

Koningin Wilhelmina heeft Nederlandsch Indië bewust de oorlog met Japan in gerommeld, door Japan direct na de aanval op Pearl Harbor de oorlog te verklaren. Vanuit Londen uit hoofde van de “Regering in Ballingschap”. Ondanks de terzijdelegging van deze oorlogsverklaring door de Japanse regering,werd overgegaan tot aggressie jegens de Japanners, die alsus niet met Nederland in oorlog waren. Dat veranderde na de onvasie van de Japanse strijdkrachten op Java, nadat de  Japanse marine tijdens de slag in de Javazee de Nederlands-Indische marine zo goed als geheel had vernietigd. In 1945 maakten twee atoombommen op Japan een einde aan de Tweede Wereldoorlog, overigens nadat Japan zich verschillende malen had trachten te capituleren.

Sukarno riep de republiek Indonesië uit en na vier jaar Politionele Acties, 6.000 gesneuvelde Nederlandse militairen en meer dan 100.000 gesneuvelde Indonesiërs werd de soevereiniteit overgedragen door het toenmalige staatshoofd Juliana.

En de Molukkers die in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) hadden gediend opgescheept met een probleem. Het streven naar een eigen zelfstandige Vrije Molukse Republiek werd door de Indonesische machthebbers onderdrukt. Bovendien werden de aan de Nederlandse kroon loyale Mulukkers gezien als collaborateurs en liep het leven van duizenden in de archipel direct gevaar.

De behandeling van de Molukse ex-KNIL-militairen in 1951

Documentatie in het historisch archief van Gerard de Boer wijst na plaatsing in het werkelijk historische perspectief, het volgende uit.

Op 20 januari 1951 is aan de Molukse ex-KNIL-militairen (destijds nog ‘Ambonese militairen’ genoemd) – die niet op Java wensten te demobiliseren – toegezegd dat ze ook naar de Zuid-Molukken konden worden teruggebracht, zoals bij Militair Besluit van het Koninkrijk der Nederlanden uit 1835 al was vastgelegd. De tekst van de toezegging en de handhaving van dat besluit luidde als volgt:

De Nederlandse Regering heeft inmiddels de betrokken ex-KNIL militairen doen aanzeggen om een keuze te doen tussen demobilisatie ter plaatse waar zij zich bevinden, dan wel afvoer naar de Zuid-Molukken. Zij koestert de hoop, dat thans op korte termijn verdere voortzetting van de repatriëring mogelijk zal zijn.  

Echter, binnen drie weken, op 12 februari 1951 is de Nederlandse regering om politieke redenen hierop teruggekomen en kregen de Molukse ex-KNIL-militairen een dienstbevel om tijdelijknaar Nederland te worden overgebracht. De Hoge Commissaris  te Jakarta berichtte de Molukse delegatie bestaande uit Tomasoa, Siwalette en Mailuhuw als volgt:

“De Nederlandse Regering heeft uitdrukkelijk verklaard, dat voor tijdelijke afvoer naar Nederland slechts in aanmerking komen Ambonese ex-KNIL militairen en hun gezinnen.”

        

Tussen maart en juli 1951 kwamen circa 12.500 Molukse ex-KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland aan. De Molukkers werden eerst naar Amersfoort gebracht alwaar ze een woonplaats kregen toegewezen. Ook kregen de mannen op dat moment te horen dat ze ontslagen waren uit het leger. Wel hadden de Molukse militairen altijd geweten dat de status van militair bij de Koninklijke Landmacht hen slechts tijdelijk was toegekend, maar het was ze in Indonesië ook toegezegd dat ze pas op de plaats van hun keuze zouden worden gedemobiliseerd. En die plaats van keuze was in elk geval niet Nederland.

Vlak voor de opheffing van het KNIL op 26 juli 1950 waren de op Java gestationeerde Molukse KNIL-militairen – in afwachting van een definitieve demobilisatie – opgenomen in de Nederlandse Koninklijke Landmacht. Door deze ‘tijdelijke KL-status’ bleven de Molukse militairen onder politieke verantwoordelijkheid van Nederland en onderworpen aan de Nederlandse krijgstucht.

Maar het toenmalige kabinet-Drees had al op 19 februari 1951 besloten de Molukkers te ontslaan. Dat betekende een afwijking van de bestaande regels. Tevens was er besloten dit ontslag geheim te houden totdat de eerste Molukse ex-KNIL-militairen in Nederland zouden zijn gearriveerd. Bij een aantal transporten naar Nederland is het voorgekomen dat Molukse KNIL-militairen niet meer dan drie kinderen per gezin mochten meenemen. In de notulen van de ministerraad van 25 januari 1954 merkt de premier op dat:

“Bij gezinshereniging in Nederland het ‘volgende stadium’ geen rol meer speelt. Hij acht het wenselijk in de bestaande situatie een beslissing over deze kwestie nog even aan te houden”.

Het uiteindelijke resultaat was, dat er nooit gezinshereniging heeft plaatsgevonden en dat de “Molukse kwestie” was geboren.  De Molukkers waren op dienstbevel naar Nederland vertrokken en bij aankomst aldaar de facto statenloos burger geworden. 

Nogmaals de feiten en consequenties opgesomd:

1) Bij de souvereiniteitsoverdracht in december 1949 telde het KNIL 65.000 man.

2) Het KNIL bestond slechts voor een beperkt deel uit Molukkers (12%). De meeste KNIL’ers (40%) waren Javaanse moslims.

3) Na de souvereiniteitsoverdracht zijn 26.000 man overgegaan naar de Indonesische strijdkrachten, waaronder circa 1000 Molukkers. Onder hen ook Molukse KNIL-officieren, zoals Julius Tahya  (drager van de Militaire Willems Orde) en Joost Muskita. De laatste heeft het in het Indonesische leger zelfs tot Generaal-majoor gebracht. De Molukkers die dienst namen in het Indonesische leger, waaronder ook veel christenen, werden ingedeeld bij de Indonesische Pattimura-eenheid. Bleef over: 39.000 KNIL’ers. Hiervan zijn er 35.000 op Java gedemobiliseerd (Javanen, Menadonezen, Timorezen, Nederlanders, Indische-Nederlanders, etc.).

4) Doch 4000 op Java gestationeerde Molukse KNIL’ers wilden echter teruggaan naar de Molukse eilanden om dáár gedemobiliseerd te worden, zoals bij Militair Besluit van het Koninkrijk der Nederlanden uit 1835 was vastgelegd. De Nederlandse regering heeft hen dit  blijkens een schrijven d.d. 20 januari 1951 ook nog eens toegezegd.

5) Om politieke- en economische redenen (uitroeping RMS en gunstig handelsakkoord met Indonesië!) is de Nederlandse regering hier echter op teruggekomen.
De Nederlandse ministerraad heeft daarom op 12 februari 1951 besloten de Molukse KNIL-militairen op dienstbevel voor een tijdelijk verblijf (“hooguit 6 maanden”) naar Nederland te halen, met de belofte dat de Nederlandse regering alles in het werk zou stellen dat zij op de Molukken hun eigen staat zouden kunnen stichten.

6) Tussen maart en juli 1951 kwamen circa 12.500 Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland aan. De Molukkers werden eerst naar Amersfoort gebracht alwaar ze een woonplaats kregen toegewezen en waar de mannen te horen kregen dat ze ontslagen waren uit het leger. De meeste Molukkers werden in kampen ondergebracht, met gezamelijke keukens. De kampen waren oude werkloosheidskampen en concentratiekampen uit de oorlog, zoals de Nazi-kampen Westerbork en Vught, die omgedoopt werden tot ‘woonoord Schattenberg’ en ‘woonoord Lunetten’.

Statenloos

De Molukkers in Nederland zijn 25 jaar lang statenloos geweest. Pas op 9 september 1976 kwam er een speciale wet (Wet betreffende de positie van Molukkers) dat hen recht gaf op een Nederlands paspoort.

Maar ze mochten niet stemmen.

 

De Molukse kwestie

Het voorgaande is aanleiding geweest voor de tweede generatie Molukkers om de Nederlandse regering hun gedane beloftes aan hun ouders en grootouders, na te komen. De Molukkers werden doelbewust buiten de Nederlandse samenleving gehouden. Het was ze daarom ook de eerste jaren verboden te integreren, en de uit het leger ontslagen mannen mochten van de Nederlandse staat  geen betaald werk verrichten. Immers, het kabinet-Drees wilde de schijn ophouden dat ze toch maar ‘tijdelijk’ in Nederland zouden verblijven. De Molukkers hadden geen rechtspositie meer, ontvingen geen pensioen of wachtgeld en kregen per week slechts drie gulden zakgeld per volwassene. Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd, heeft koningin Juliana bij die gelegenheid letterlijk gezegd: “IEDER VOLK HEEFT RECHT OP ONAFHANKELIJKHEID”. Maar dat gold blijkbaar niet voor de Molukkers. Want ondanks dat het volk der Zuid-Molukken op grond van het Handvest van de Verenigde Naties recht had op zelfbeschikking, weigerde de Nederlandse regering (om economische redenen!) nog steeds de jarenlange Indonesische bezetting van de Molukken bij de VN op de agenda te zetten.  Dat heeft toen bij een aantal Molukse jongeren veel kwaad bloed gezet. Met alle gevolgen van dien.

In 1966 werd de regeringleider van de RMS, Dr. Chris Soumokil  geëxecuteerd en door de op economische grondslagen apathische houding van de toenmalige Nederlandse regering heeft dit veel kwaad bloed gezet bij de Molukse gemeenschap in Nederland. Vele Nederlandse gratieverzoeken werden afgewezen en Dr. Soumokil riep in zijn laatste moment voor het vuurpeloton: “MERDEKA TAN!”

Direct na aankomst van de weduwe van Soumokil is brand gesticht in de Indonesische ambassade en is in 1970 gedurende een paar dagen bezet als teken dat het de Molukkers ernst begon te worden. Nederland en Indonesië moesten zich aan de beloften houden, vond men, ongeacht de onmogelijkheid die er in besloten lag. De executie van de RMS president moest worden gewroken. Onderhuids woekerde het extremisme onder de jongeren, die zich verplicht zagen de eer van hun ouders en hun volk te redden. Dit bleef niet zonder gevolgen.

Op 3 maart 1975 werden twee Zuid-Molukse jongeren door de politie aangehouden in de buurt van Lunteren terwijl ze reden in een auto met wapens en munitie. Ze waren van plan om met een gehuurde vrachtauto de poort van Paleis Soestdijk te rammen en daarna met 37 andere Zuid-Molukkers koningin Juliana te gijzelen. Het doel was de Nederlandse regering te dwingen de Republiek der Zuid-Molukken te erkennen en meer druk uit te oefenen op de Indonesische regering om dat ook te doen. Na de arrestatie ging het plan niet meer door en konden de anderen door de politie worden getraceerd.De tip zou afkomstig zijn geweest van de van drugshandel verdachte Etienne Urka. Vermoedelijk is de Binnenlandse Veiligheidsdienst toen wellicht wél gealarmeerd en is geïnfiltreerd in de gemeenschap. Dit is uiteraard niet te bewijzen, maar het zou veel verbazingwekkender zijn, als dat niet zou zijn gebeurd. Een tip uit de onderwereld is al evenzeer verdacht te noemen.

Een half jaar later was het wel raak. Op dinsdagochtend 2 december werd om 10:07 de stoptrein Groningen-Zwolle tot stilstand gebracht tussen de weilanden. Zeven Zuid-Molukse jongeren uit Bovensmilde hadden de trein gekaapt in hun streven naar een vrije Republiek der Zuid-Molukken. De actie duurde 12 dagen en er vielen drie doden. Tegelijk met de kaping bezette een andere groep Molukkers, eveneens een groep van zeven uit Bovensmilde, het Indonesische consulaat te Amsterdam.

De treinkaping bij De Punt begon op 23 mei 1977 om negen uur ‘s morgens toen de intercity Assen-Groningen ter hoogte van het dorp De Punt in de provincie Drenthe, niet ver van de spoorwegovergang te Glimmen in de provincie Groningen, door negen gewapende Zuid-Molukse jongeren gekaapt en tot stilstand werd gebracht. De gijzeling duurde 482 uur (20 dagen) en de bevrijding door mariniers kostte twee gegijzelden en zes kapers het leven.

De laatste actie vond plaats in Assen.

In de ochtend van 13 maart 1978 vielen om kwart over tien drie Zuid-Molukkers het provinciehuis van Drenthe in Assen binnen. Enkele aanwezigen, waaronder de Commissaris van de Koningin Tineke Schilthuis, wisten zich te redden door naar buiten te springen. In totaal werden 16 vrouwen en 55 mannen gegijzeld door drie militanten. Iedereen werd verzameld op de eerste verdieping waar een Zuid-Molukse vlag voor de ramen werd opgehangen. Na het verstrijken van een ultimatum drong de BBE het gebouw binnen en gaven de gijzelnemers zich over.

Uitgelicht: De bevrijdingsactie bij De Punt

UPDATE:

In de originele versie hebben we betrokkenen opgeroepen zich te melden en dit is gebeurd. Op verzoek van de auteur van het aangehaalde artikel is de inhoud daarvan verwijderd. Het onderzoek is nog in volle gang en de beschreven getuigenis te prematuur om te publiceren. Ondanks het feit dat het relaas reeds veel eerder op internet was verschenen (en inmiddels weer was verdwenen), respecteren wij deze wens, want ook TEGENLICHTERS wil dat de waarheid overeenkomt met de werkelijkheid. Ook wij wachten de resultaten van het onderzoek met spanning af.

Het is ook onze wens dat de betrokken militairen een begin maken (voor zover dat niet al het geval is) met zichzelf in het reine te komen door het “insigne” van minister Hans Hillen met redenen omkleed te weigeren.

Websites die ons artikel hebben overgenomen worden bij dezen verzocht het aan te passen door TEGENLICHTERS niet meer te noemen als bronvermelding.

REDACTIE TEGENLICHTERS

/

BRONVERMELDINGEN

http://gdb.bloggertje.nl/note/14210/de-bedrogen-molukse-exknilmilitairen.html

http://www.youtube.com/watch?feature=player_detailpage&v=gf21jSMx-kQ

http://nl.wikipedia.org/wiki/Treinkaping_bij_Wijster

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gijzeling_provinciehuis_Assen

http://www.encyclopediedrenthe.nl/Kapingen,%20Molukse

http://www.freewebs.com/martinharthoorn/deacties.htm

http://venstersmoluksegeschiedenis.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=70&Itemid=72

http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/10586/hansina-uktolseja-1955-1977.html

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=WY-fme5NOKA

About these ads
  1. #1 door appie b. broek op 04/09/2012 - 10:03

    ‘Hier blijkt dus uit, dat ondanks de overeenkomst met de Britten de Nederlanders direct al een poot werd dwars gezet door diezelfde Britten, doordat ze daar waar het maar rommelde, wapens leverden.’

    De Duitsers noemen het een ‘Aha Erlebnis’, bovenstaand citaat over het ‘bezit’ van de Molukken na de Franse ‘tijd’, toen de Britten het voor het zeggen hadden in N.O.I. Dergelijk ‘streken’ van Britse zijde lopen als een rode draad door de geschiedenis en zagen we hetzelfde bij de overgave van de Kaap -kolonie, en in 1945 toen de Engelsen wapens leverden aan de Indonesische nationalisten en verhinderden dat Nederlandse troepen ‘orde en rust’ konden herstellen toen Java en Sumatra werden geteisterd door de door de Japanners georganiseerde ‘Bersiap’. Onze eigen ‘geschiedschrijvers’ weten hier nietrs van en houden zich voornamelijk bezig met door Nederlandsae militairen gepleegde ‘oorlogsmisdaden’ zoals onlangs maar weer eens is gebleken toen ze weer eens naar ‘den Haag’ waren getogen om extra subsidie centjes in de wacht te slepen. De regering zei ‘nee’, en dat is maar goed ook!

  1. MOLUKSE TREINKAPERS GEËXECUTEERD (DE PUNT 1977) | HERSTEL DE REPUBLIEK
  2. DE ‘MOLUKSE KWESTIE’ IS BEWUST BELEID | HERSTEL DE REPUBLIEK

Uw reactie wordt op prijs gesteld

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 83 andere volgers